Af en toe ontvangt Tadas
vragen over haar beleid bij het vaststellen van het recht op een
uitkering bij werkloosheid.
Het verlies van een baan is
in het algemeen een ingrijpende gebeurtenis in het leven van mensen
en kan emotioneel een gat slaan. Daarnaast steken vaak financiële
problemen de kop op. Immers, de bron van inkomsten is weggevallen.
Om deze inkomensachteruitgang op te vangen, is het mogelijk een ww
verzekering af te sluiten. Het doel van deze verzekering is dan het
verzekeren van het (financiële) risico van verlies van een baan. Er
wordt gesproken over een risico, omdat sprake moet zijn van een
onzeker voorval dat zich in de toekomst kan voordoen. Indien dit
risico zich voordoet en er dus sprake is van het verlies van een
baan, zal de verzekering een vooraf overeengekomen maandbedrag
uitkeren, gedurende een vooraf afgesproken periode. De
inkomensterugval kan hierdoor worden beperkt.
Verzekeraars bieden deze
verzekeringen aan onder bepaalde voorwaarden. Een voorwaarde kan
bijvoorbeeld zijn dat sprake moet zijn van een vast dienstverband.
Een andere voorwaarde is dat het daadwerkelijk moet gaan om een
onzeker voorval in de toekomst. Met andere woorden, op het moment
van afsluiten mag nog niet bekend zijn dat het baanverlies zich
daadwerkelijk zal voordoen.
Tadas is geen verzekeraar,
maar een gevolmachtigd agent. Dit betekent dat Tadas onder meer
voor de verzekeraar vast stelt of een potentiële verzekerde voldoet
aan de acceptatievoorwaarden. Daarnaast beoordeelt Tadas of er
daadwerkelijk recht op uitkering bestaat indien een verzekerde een
claim indient.
Wij geven graag een nadere
toelichting op laatstgenoemde activiteit van Tadas.
Tadas baseert haar oordeel
of de verzekeraar over moet gaan tot uitkering op richtlijnen van
de verzekeraar. Basis voor deze richtlijnen vormen de
verzekeringsvoorwaarden. Immers, de verzekerde en de verzekeraar
zijn bij het afsluiten van de verzekering overeengekomen dat deze
voorwaarden van toepassing zullen zijn. De voorwaarden gelden dus
zowel voor de verzekeraar als voor de verzekerde.
Vaak is een wachttijd
overeengekomen. Dat wil zeggen dat, bijvoorbeeld, de eerste twaalf
maanden na afsluiten nog geen beroep kan worden gedaan op de
verzekering. Indien een verzekerde in deze periode zijn baan
verliest, zal de verzekeraar dus geen uitkering doen.
Een veelgestelde andere
voorwaarde is dat alleen indien sprake is van een ontslag uit een
vast dienstverband een recht op uitkering ontstaat. Achtergrond van
deze voorwaarde is, dat een dienstverband voor bepaalde tijd (een
"tijdelijk contract") altijd op een vast moment zal eindigen en
daarmee dus geen onzeker voorval is dat zich in de toekomst
voordoet.
Maatschappelijke
ontwikkelingen maken dat met name deze laatste voorwaarde nogal
eens wrang uitpakt voor de verzekerde. Mensen worden ontslagen uit
een vast dienstverband, doen een beroep op de verzekering, krijgen
een uitkering, maar vinden na verloop van tijd weer een nieuwe
baan. Deze volgende nieuwe baan is vaak een tijdelijk
dienstverband. Indien dit tijdelijk dienstverband niet wordt
verlengd, is de verzekerde er soms nog slechter aan toe dan toen
hij zijn vaste baan verloor. Immers, volgens de voorwaarde heeft
hij geen recht op een uitkering bij verlies van een baan uit een
tijdelijk dienstverband. Op deze manier worden mensen die actief op
zoek gaan naar een nieuwe baan om zo uit een uitkeringssituatie te
stappen, mogelijk 'gestraft' voor hun werkwillendheid.
Verzekeraars hebben
vastgesteld dat dit niet de bedoeling kan zijn. Ook in dergelijke
situaties zou de verzekerde recht moeten hebben op een uitkering.
Natuurlijk is het wel zo dat het voorafgaande vaste dienstverband
wel moet zijn geëindigd buiten de schuld om van de verzekerde. Dus
als de verzekerde zélf ontslag heeft genomen, geldt deze regeling
niet.
Dit laatste geeft al aan dat
het van groot belang is om iedere situatie op zichzelf te
beoordelen. Een algemene regel kan niet worden vastgesteld.
Daarnaast is het zo dat de hoofdregel gewoon van kracht blijft: bij
beëindiging van een contract voor bepaalde tijd ontstaat in
principe geen recht op uitkering. In specifieke situaties zoals
hierboven beschreven kan coulancehalve, dat wil zeggen onverplicht,
een recht op uitkering worden toegekend.
Tadas heeft van de
verzekeraars met wie zij samenwerkt de bevoegdheid gekregen om deze
beoordeling uit te voeren. Vanzelfsprekend doen wij dit met de
grootst mogelijke zorgvuldigheid en houden wij daarbij rekening met
de specifieke omstandigheden van het geval. Als u desalniettemin
van mening bent dat in uw geval een onjuiste beslissing is genomen,
dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen. Wij zullen u dan
nadere informatie geven over de afwegingen die wij hebben gemaakt
bij het nemen van een beslissing.